De waarheid en niets minder dan de waarheid. Dat is wat de redactie van De Standaard bij monde van hoofdredacteur Peter Vandermeersch geschreven zegt te hebben. Hiertoe werden journalistiek correcte methodes aangewend, gaat het verder. Zo baseert de redactie zich op diverse bronnen en werden uitspraken die niet door verschillende bronnen bevestigd werden niet door de redactie gebruikt bij haar analyse van de feiten.
Eigen lof stinkt, gaat een oud Vlaams spreekwoord en dat is ook nu het geval. Dat de standaardredactie journalistiek correcte methodes toepaste valt niet te betwijfelen. Het zou van weinig beroepsernst getuigen mocht De Standaard, die nog steeds gezien wordt als de kwaliteitskrant van Nederlandstalig België, zich niet aan de meest elementaire regels van de (onderzoeks)journalistiek gehouden zou hebben. Wat echter wel een probleem is, is het feit dat de redactie haar reconstructie van de politieke crisis tot de waarheid bombardeert. Niet expliciet in de artikelenreeks, maar in de reactie die ze gaf, bij monde van haar hoofdredacteur naar aanleiding van de ophef die ontstaan is omtrent deel 3 van de reeks waarin de rol van de koning bekeken werd.
De waarheid bestaat niet. Hoe goed de redactie haar best gedaan heeft, de waarheid kan nooit gevonden worden. Zeker niet op basis van informatie die men van de hoofdrolspelers in de crisis, die nu nog steeds actief in het politieke leven betrokken zijn, verkregen heeft. De kans op bewuste of onbewuste vertekening van de feiten is te groot. Het begrip perceptie speelt een rol, zowel bij de bronnen, de politici van het terrein, en anderzijds bij de journalisten die ook alles door een bepaalde bril bekijken. De waarheid kan men dan ook nooit achterhalen.
Hopeloos is het bovendien helemaal wanneer men dit zo kort na de feiten probeert te doen, terwijl de bronnen zelf nog steeds meespelen en de crisis eigenlijk nog niet afgelopen is; er is nog steeds geen nieuwe regering gebasseert op de uitslag van de verkiezingen van 10 juni 2007. En dat is nochtans net waar het allemaal om draaide. De staatshervorming zelf, overbelicht in de berichtgeving, is daar slechts een deeltje van. Het gaat ook over andere zaken, getuige ondermeer daarvan de liberale politiek om links uit de regering te houden.
De reconstructie zoals die door De Standaard gemaakt werd vormt een versie van de feiten. Met het verder schrijden van de jaren zullen er zeker en vast nog meer van dergelijke analytische reconstructies volgen. Daar is niets op tegen, integendeel. Het onderzoek van De Standaard heeft dus zeker zijn waarde. Het probleem is echter dat men zich, beroepend op de vrijheid die de journalisten genieten, gaat roeren in zaken die enkel middels de nodige discretie aangepakt kunnen worden. Het colloque singulier, het principe dat een gesprek met de vorst vertrouwelijk is, is zo iets. De huidige generatie politici trad dit principe volledig met de voeten en de pers publiceert de hierdoor vrijgekomen informatie vlijtig. Dit leidt op zich tot enerzijds het eroderen van de vorst als neutrale scheidrechter, een figuur waar we in de voorbije crisis nochtans net nood aan hadden, en anderzijds zorgt het voor het ontstaan van een hele resem nieuwe conflictjes die de huidige politieke crisis alleen maar kunnen versterken. Het resultaat is dan misschien wel dat we te weten komen dat Yves Leterme een porto bestelde tijdens een van zijn audiënties bij de vorst maar ook dat de huidige crisis en het wantrouwen tussen de politici onderling alleen maar versterkt wordt. En daar draaien uiteindelijk alle burgers voor op, ongeacht hun keuze, taal of afkomst.
Categorie: België, crisis, De Standaard, Koning