“Nieuw, visgratin,” viel er deze middag te lezen in resto De Brug. Op het tafeltje daar, links wanneer je binnen komt, waar men middels een bord van ieder gerecht de diverse suggesties tracht te visualiseren.
De visgratin stond er niet. Het gerecht was blijkbaar zo nieuw dat men er niet in geslaagd was een portie netjes op een bord te presenteren. Of toch niet. Er was inderdaad wel een groen-gele brij met een verlept bruin korstje gepresenteerd die kon doorgaan voor een vorm van gratin. Vol overmoed, omdat men toch eens iets nieuws moet proberen en omdat er de andere suggesties er nu ook niet zoveel beter uitzagen, viel de keuze dan ook op de visgratin.
Echt voldaan kan je niet echt zijn, na het amper tien bij vijf centimeter grote stukje gratin gecombineerd met een handvol aardappelen dat geserveerd werd. Op zich is dat, zeker wanneer je de leuze het is niet de kwantiteit maar de kwaliteit die telt huldigt, niet erg. Wanneer echter ook die kwaliteit niet al te denderend is, is er een probleem.
En een probleem was er. Wanneer een gerecht visgratin genoemd wordt, is het toch meer dan normaal dat er ook vis aanwezig is in het gerecht en niet alleen een vage vissmaak. Vis, zijnde stukjes, waren er echter alles behalve te bespeuren in deze lekkernij, waarvan de smaak best nog wel te pruimen viel. Wie zoekt die vindt, luidt het spreekwoord als kwam men in dit geval wel van een kale reis terug. Toch was er een vissmaak aanwezig. Een goede saus of wat smaakadditieven kunnen blijkbaar wonderen doen. Al blijft Christus het monopolie behouden op het tevoorschijntoveren van vis…