Tot een paar maand geleden stond dergelijke uitspraak gelijk met een fatwa vanwege de volledige macro-economische wereld. Na een kwarteeuw was het neoliberaal dogma dermate ingeburgerd geraakt dat zelfs zij die zich socialisten of sociaaldemocraten durven noemen, je al scheef zouden bekeken hebben bij het horen van bovenstaande slogan.
Sinds het einde van de Koude Oorlog heeft de staat nu eenmaal afgedaan als het op economie aankomt. En aangezien in een kapitalistisch systeem zowat alles verhandelbaar en zowat alles als economie gezien wordt, had de staat het in zowat alle domeinen van de maatschappij afgedaan. Regulering van staatwege en overheidsinterventie om de schadelijke uitwassen van het ongebreidelde kapitalisme tegen te gaan of gewoon nog maar te verzachten, waren uit den boze.
Het resultaat was en is een ongebreideld bonanza-kapitalisme dat de kloof tussen arm en rijk, in tegenstelling tot wat de neoliberale filosofie ons voorhoud, enkel vergroot in plaats van verkleint. De kloof tussen arme en rijke regio’s in de wereld groeit, maar ook tussen arm en rijk in landen. De werkende arme is niet langer een typisch fenomeen van ontwikkelingslanden maar ook in de rijke Europese en Angelsaksische wereld een feit.
Wie de voorbije jaren deze schadelijke evolutie aanklaagde was het zelfde lot beschoren als wie het klimaatprobleem aanklaagt; men werd als gek, onheilsprofeet of nog erger, werkonwillige profiteur bestempeld en derhalve volledig gemarginaliseerd. het vrije ondernemen en winstmaximalisatie werden tot het nieuwe dogma gebombardeerd en het kapitalisme werd de nieuwe godsdienst in een ontkerkelijkte wereld.
Zoals altijd echter, krijgen de economische onheilsprofeten gelijk. Het bonanza-kapitalisme van de afgelopen vijfentwintig jaar heeft ook zijn grenzen en botst nu keihard tegen de muur. De crisissen van 1987 en 2001 hadden al aangetoond tot welke problemen de volledige liberalisering van de financiële markten leidde maar beneveld door winstprognoses weigerde men in te grijpen. Tot meer dan wat symptoombestrijding kwam men niet.
Nu het kapitalistische systeem zich helemaal vastgereden heeft en ook de grote jongens hun winsten en dividenden, meer zelfs, tot hun investeringen toe, dreigen te verliezen, zijn zij het die om tussenkomst van de staat roepen. En zoals algemeen bekend is, de stem van de armen klinkt minder luid dan die van de rijken dus heeft de staat nu wel oren naar het hulpgeroep dat opstijgt uit het economische moeras. Overal worden overheden gevraagd tussen te komen en banken van het faillissement te redden. Staatsinterventie om het Bonanza-kapitalisme te redden is blijkbaar geen probleem voor de neoliberalen want ditmaal gaat hun om hun eigen portefeuille en niet die van de doorsnee burger.
Het resultaat is dat die doorsnee burger, die de afgelopen vijfentwintig jaar al veramd is ten gevolge van de neoliberale roofbouw, nu ook nog eens mag opdraaien voor het oplossen van de algemene crisis waar het neoliberalisme aan de basis van ligt. Miljarden Euro’s en Dollars aan belastinggeld worden van de burgers via de schatkist weggedraineerd om de schadelijke gevolgen van het geïnstitutionalisserd en georganiseerd egoïsme, want dat is waar het neoliberalisme toe leidt, op te lossen. Om, naast de paar tienduizenden Euro’s spaarcenten van de doorsnee burger, ook de miljardenspeculaties van de financiële roofridders veilig te stellen. Leve de Staat, klinkt het nu opnieuw overal, maar wie betaald het gelag?!
Categorie: Economische crisis, financiële crisis, kapitalisme, neoliberalisme, staatsinterventionisme