We weten het allemaal, de Belgische politiek is ziek. Zwaar ziek. Niet alleen hebben veel politici te kampen met geestelijke aandoeningen zoals schizofrenie, wat zich vertaald in het massaal overlopen tussen de diverse ideologische kampen, ook andere aandoeningen steken de kop op. Onder de Nederlandstalige partijen duikt al geruime tijd een hoogst agressieve kanker op. Na de implosie van de Volksunie in 2001, aan de vooravond van het Vlaamsnationale jubeljaar, verspreidde het Vlaamsnationalisme zich door de talrijke overstappen van VU-ers naar andere partijen, al zal men dat met zoveel woorden nooit toegeven, zich ook sterk naar de andere partijen toe. De Vervlaamsing van de Nederlandstalige partijen en de groeiende beperking daardoor van hun blikveld zette zich dan ook door.
De beperktheid van geest, de irreële idolatrie van het eigen volk is zo niet langer het monopolie van de klassieke Vlaamsnationale groepringen zoals het VB, de eerder vermelde VU en haar erfopvolger N-VA of de VVB. Ook de klassieke partijen van de vroegere zuilen werden er meer dan ooit met besmet. Het resultaat mag er dan ook zijn. Bijna tien jaar na het einde van de enige salonfähige Vlaamsnationale partij, wordt de Vlaamse gewest- en gemeenschapsregering, gekenmerkt door aftandse Vlaamsnationale reflexen, zoals een huiverige houding tegenover alles waar nog maar een zweem Frans aan hangt. Terwijl in Gent telecomoperatoren en kandidaten van de voornaamste politieke partijen in het Turks campagnes voeren en in het onderwijs meer Engels dan welke andere taal gehoord wordt, pint men zich op het Martelarenplein vast op relicten van het oude Vlaamsnationalisme à papa zoals B-H-V.
De uitzaaiingen van het Vlaamsnationale separatisme van de VU of het VB beperken zich echter niet tot de overname van een deel van hun discours door de drie traditionele partijen. Hun nadruk op streek en lokale eigenheid vertaald zich in een nieuw fenomeen; het politiek provincialisme. Het is nu niet langer Vlaanderen als gewest of gemeenschap waar het allemaal om draait. Nee, de eigen provincie wordt het nieuwe territorium waar de strijd om draait. Een gebied dat verdedigt moet worden tegen het Vlaamse regionale niveau.
Zo lezen we bij de Oost-Vlaamse kopstukken in Metro vandaag (pg. 4) dat er nood is aan een versterking van het Oost-Vlaams gevoel: lees identiteit, dat Oost-Vlaanderen achter gesteld wordt door in het Vlaams gewest en dat de Oost-Vlamingen in de Vlaamse regering niet voldoende vertegenwoordigd zijn. Het zijn altijd de Antwerpenaars die de lakens uitdelen in de regering en dat moet wel eens gedaan zijn, klinkt het. Oost-Vlamingen moeten fier zijn op hun eigen provincie en hun identiteit.
Identiteit, onderdrukking en achterstelling door een andere bevolkingsgroep, het zijn net dezelfde ingrediënten die we terugvinden in het klassieke Vlaamsnationalistische en separatistische discours. De nationalistische kanker zaait zich dus uit, nu ook binnen de eigen groep waar men in deze electoraal harde tijden op zoek gaat naar nieuwe vijanden om zich tegen te kunnen afzetten. Alweer op basis van flauwe, immens relatieve, kenmerken, zoals we dat op het Vlaams niveau eerder ook zagen. Nu gaat het nog over een gevoel en een zacht ongenoegen. Maar wat brengt morgen? West-Vlaamse ratten, rol uw matten?!
Categorie: België, identiteit, nationalisme, Oost-Vlaams gevoel, Oost-Vlaanderen, provincialisme, separatisme, verkiezingen, Vlaamsnationalisme, Volksunie